Iedereen denkt dat ik altijd lach, dat alles vanzelf gaat, stap voor stap. Maar in mijn hoofd is het nooit stil, duizend stemmen, duizend plannen tegelijk. Ik begin aan iets en raak het kwijt, vergeet wat ik net nog zeggen wou. Ze zien alleen wat ik laat zien, maar niet hoe hard ik soms moet duwen.
Ik dacht altijd dat ik stuk was, dat ik anders moest zijn dan ik ben. Tot ik begon te luisteren naar wat mijn hart me eigenlijk zegt.
Al die chaos maakt mij ook wie ik ben. Die storm in mij heeft me sterker gemaakt dan je denkt. Daar, in dat lawaai, vond ik eindelijk mezelf.
Ik loop soms sneller dan de tijd, en soms blijf ik plots helemaal staan. Ze zeggen: “Doe normaal, focus toch,” maar ze weten niet hoe dat voelt vanbinnen. Ik probeer te passen in een wereld die nooit pauze lijkt te nemen. Maar ergens diep vanbinnen voel ik dat ik niet kapot ben.
Misschien ben ik niet te veel, misschien is de wereld soms te klein. Ik hoef niet meer te vechten tegen alles wat ik ben.
Als ik mezelf zie, zie ik eindelijk licht. Door alles heen heb ik mijn eigen weg gevonden. Dus ik schaam me niet meer voor wie ik ben.