De lucht is grijs, de wind die huilt, De dagen kort, de kou die snijdt. Maar Gert zegt: “Kom, we gaan op pad!” Lidia lacht en zegt: “ik heb het ook wel gehad”.. De tank is vol, de kaarten klaar, De kemper roept – dus gaan we maar!
Met Vielaman naar het zuiden, De zon tegemoet, niks te besluiten. De auto wordt gevuld met onze lach, We rijden door, dag na dag. Met Gert en Lidia, wat een pracht, Winter wordt lente, dat wordt verwacht!