We rijden met de trojka door het eindeloze woud Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud De paardenhoeven knersen in de pas gevallen sneeuw 't Is avond in Siberië en nergens is een leeuw We rijden met de kinderen, al zijn ze nog wat jong Door 't eindeloze woud waarover ik zo-even zong Een lommerrijk en zeer onoverzichtelijk terrein Waarin men zich gelukkig prijst dat er geen leeuwen zijn We zijn op weg naar Omsk, maar de weg daarheen is lang En daarom vullen wij de tijd met feestelijk gezang Intussen gaat zich iets bewegen in de achtergrond Iets donkers en iets talrijks, en dat lijkt me ongezond Ze zijn nog vrij ver achter ons, ik zie ze echter wel Het is een hele massa en ze lopen nogal snel En door ons achterna te lopen halen zij ons in Wat onvoordelig uit kan pakken voor een jong gezin De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen Ze hebben grote tanden, dat is duidelijk te zien Het zijn waarschijnlijk wolven, en kwaadaardig bovendien Al is de toestand zorgelijk, ik raak niet in paniek Ik houd de moed erin door middel van de volksmuziek We kennen onze bundel en we zingen heel wat af Terwijl de wolven nader komen in gestrekte draf Het is van hier naar Omsk nog