Verdwaald in het labyrint van mijn angsten, spoelt de zee mijn voetstappen uit het zand. Ik hang als een natte jas in de grijze lucht waar vinden mijn voeten weer vasteland.
Als ik naar adem hap En in de ochtend tast Naar je open handen Hou me vast.
Ik stommel en stamel bij je naar binnen alles glimt, je hebt de boel keurig aan de kant Ik ruik koffie met appeltaart en realiseer me jij, jij bent mijn vasteland.
Als ik naar adem hap En in de ochtend tast Naar je open handen Hou me vast
Over lange stranden lopen we langs de vloedlijn We dagdromen het zweet op ons gezicht Eenzaamheid lost op als zeenevel wij, wij gaan fier rechtop en vederlicht.
Als ik naar adem hap En in de ochtend tast Naar je open handen Hou me vast
Als ik naar adem hap En in de ochtend tast Naar je open handen Hou me vast.
Jij, jij bent mijn vasteland. Jij bent mijn vasteland